Herinneringen aan het dorp van vroeger

16-03-2019 Twee uitverkochte zalen luisterden naar de verhalen over het Ankeveen van vroeger: ‘Je Wist Niet Beter’ in Theater De Dillewijn. Omlijst door nostalgische beelden en passende muziek vertelden Riet Torsing- Hilhorst, Door Souverijn- Hagen en Willem Vermeulen aan import Ankevener René de Rooij over het dorpsleven in de 30 ‘er tot en met de 50’er jaren.

De samenstellers hadden goed nagedacht over het programma. Op het podium stond een interieur uit die goeie ouwe tijd, met rookstoel en schemerlamp. Musici Angelo van den Burg op de hang en saxofonist Henk Beemsterboer wisten met hun muziek de juiste toon te treffen, relaxed maar ook weer niet truttig. Daarnaast vormden zwartwit filmbeelden en pentekeningen van ex-dorpshistoricus Jan Veenman een perfecte aanvulling op de verhalen. Als kers op de taart ontvingen de drie gasten een portret dat door kunstenares Ingrid Jansen live tijdens de voorstelling was afgerond. Het ging natuurlijk om de drie hoofdrolspelers die om de beurt ieder een half uur door René de Rooij werden geïnterviewd. Die deed dat kundig, invoelend en met een brede lach, hetgeen naadloos aansloot bij de sfeer in het theater, dat nu eens voor driekwart gevuld was met Ankeveners van nu en vroeger. Jan Veenman schreef ooit eens ‘Als het einde van de wereld nadert, vlucht dan naar Ankeveen, want daar gebeurt alles 25 jaar later’. Welnu, dat beeld bleef hangen bij de verhalen van Riet, Door en Willem. “Het was een kwestie van creatief overleven, geen stress. Het waren lange dagen met hard werken. Weinig woorden. Een tijd van verstilling” zei De Rooij op poëtische wijze.

Riet, Door en Willem
Riet Hilhorst was een boerendochter die met haar grootmoeder, vier broers en één zus in een boerderijtje annex sigarenwinkel aan het Stichts End woonde. Ze kwam nooit het dorp uit, weet zij zich nog goed te herinneren. Op vlotte wijze vertelt ze over vader Evert die tevens postbode was en verslaafd aan zijn pruim. Het bevrijdingsfeest met de Canadezen op de Loodijk ziet ze nog zo voor zich. Haar bijdrage sloot ze af met het humoristische gedicht ‘Orde van de Po’ waaruit nog eens duidelijk naar voren kwam dat ze acteertalent heeft.
Als intermezzo speelde een delegatie van de plaatselijke fanfare een paar vrolijke marsen, weer een leuke vondst.
Bij Door Hagen thuis was het een hard leven bij Molen Hollandia aan de Loodijk. Met 10 kinderen was de beddenplank met de pasgeborenen in de bedstee van vader en moeder zelden leeg. Ieder had z’n taken in het huishouden waar moeder niet één maar twee broeken aan had. Vader bemaalde de polder, sneed riet, hield de sloten schoon en genoot van z’n ‘kees’ (pruim) in een tijd zonder waterleiding en telefoon. Dat meester Fennis, die in alle verhalen terugkomt, rookwolken blies rond de hoofden van zijn leerlingen was toentertijd heel normaal.
Willem Vermeulen was goed voorbereid, hij nam direct het woord. De man die iedereen kent van de klompen, heeft nooit iets anders aan zijn voeten. In mooie bewoordingen schetst hij het Dik Trom-leven, polsstokspringen naar school, voetballen met een varkensblaas , eieren pikken uit de polder en met je maten kaarten op de hei. Willem is ook man die vol zit met tegeltjeswijsheden als ‘een ons handel is meer waard dan een kilo werk’. Of ‘één bruin biertje is twee sneeën brood’.

Herhaling
Het waren twee warme bijeenkomsten waar veel medewerkers op de achtergrond meehielpen. Dat de zaal aan het slot mee zong met ‘Het Dorp’ van Wim Sonneveld was niet verwonderlijk, het kon niet beter. Het concept van ‘Je Wist Niet Beter’ is voor herhaling vatbaar, ook in andere dorpen.

Door: Herman Stuijver