Glodi een godsgeschenk voor AKF?

Hoe de jury zal oordelen weet je nooit zeker, maar Glodi Lugungu sprong er zaterdag 17 maart in Theater De Dillewijn boven uit als een kanshebber om het Amsterdams Kleinkunst Festival 2018 te winnen. Drie van de zes halvefinalisten traden zaterdag op, met wisselend succes. Na diverse audities waren zes talenten doorgedrongen tot de halve finale in april. Nu maakten ze een try out door Nederland, onder begeleiding van een coach en met het publiek als klankbord..

Selma
In een broekpak stond Selma Visser, verstild, recht onder een spot. Ze leek een angstige vrouw die zong over veel ellende in de wereld, gelukkig was er een bliksemafleider die erger voorkwam. Ze vergeleek zichzelf met een egel, die bang is maar zich toch redt. ‘Niemand heeft mij iets gevraagd’. Een opkomend cabaretière met een zuiver stemgeluid die ook taalkundig goed geschoold is. Haar teksten klopten, op de piano perfect begeleid door broer Lars. De links tussen haar liedjes kwamen niet altijd uit de verf. Maar het lied over de hemelpoort die dicht moest, was een fraai stijlbloempje.

Ballonnen
Totaal anders was de show van Merel de Nie. Ze kwam op als een octopus, gehuld in ballonnen, waarmee ze tal van onderzeese vormen kon aannemen zoals een kwal en een zeeanemoon. Merel speelde een energiek type dat schijnbaar onvermoeibaar rondjes over het podium rende, met en zonder ballonnen, in een strak huidkleurig lycrapak. Buiten adem belandde ze in een ‘pannenkoek van een menigte mensen’ waaruit ze zich probeerde te ontworstelen. Een mooie vondst was het belletje dat tussen je oren zit, dat moet je negeren of uitschakelen: 3-2-1 nekschot! Een fysiek optreden waarmee ze de lachers op haar hand kreeg, met een origineel fffft-lied zonder tekst als slotakkoord.

Fotograaf: Margreet M. de Groot, www.ladymartistique.nl

Na de pauze
Na de pauze zag het publiek cabaret zoals veel mensen cabaret ook waarderen. Een persoon die met een monoloog het publiek weet te boeien. De 25-jarige Glodi Lugungu uit Dommelen die zichzelf in een droom terugzag, kruipend op de rode klei van de jungle. Subtiel legde hij daarmee de link naar zijn afkomst als vluchteling uit Kongo. Een jongen die met zijn acht broertjes en zusjes opgroeit in de Nederlandse cultuur, wat soms wringt. Bijvoorbeeld als zijn vriendje Dennis op vaders stoel aan tafel gaat zitten. Of het prachtige ‘deurtrekken’ verhaal met moeder op de wc en de kids op de gang. Glodi die zichzelf bij een callcenter ‘Henk’ moet noemen, dan verkoop je meer abonnementen. Of de overdreven reacties die hij als Afrikaan krijgt als er sneeuw valt. De architect in opleiding is een goede verteller die heel lichtjes de vinger op de zere plek legt. Glodi komt van Gloire à Dieu, en misschien is Glodi de Leeuw wel een klein godsgeschenk op het volle podium van de kleinkunst.