‘Als je ervoor openstaat is het leven een constante stroom van ontdekkingen’

Alleen wie op de uitkijk staat, krijgt het toeval in de schoot geworpen
Hans Aarsman (1951) heeft na zijn middelbare school van alles gedaan waarvoor je geen diploma nodig hebt. Zijn moeder wilde dat hij chirurg zou worden. Dat wou hij eerst ook, tot de wetenschap hem in de greep kreeg. Zelf op onderzoek gaan, zelf ontdekkingen doen, werd de rode draad in zijn leven. Het is dan ook niet vreemd dat hij na enkele omzwervingen fotograaf werd.

Na een loopbaan in de fotojournalistiek, trok hij een jaar lang in een camper door Nederland, fotograferend en schrijvend. Met de foto’s die hij vanaf het dak van de camper maakte, werd hij bekend. Het leverde een boek en een tentoonstelling in het Stedelijk Museum op. In 1994 schreef hij een theatermonoloog voor Dirk Roofthooft. Daarna voor Carly Wijs, Josse De Pauw en Tom Jansen. Alles wat hij doet is terug te voeren op goed kijken. En nergens met je tengels aankomen, alleen kijken. En onophoudelijk jezelf afvragen wat je voor je hebt.

In de Volkskrant heeft hij een wekelijkse rubriek De Aarsman Collectie waarin hij als een detective persfoto’s tegen het licht houdt. In het theater komt hij jaarlijks vertellen wat hij nog meer heeft ontdekt.

Binnenkort is hij te zien met zijn vierde onemanshow Dokter Aarsman, over geniale vondsten en verwachtingspatronen, over buitenstaanders en hardnekkige misvattingen, over protocollen en je fantasie gebruiken.

Aarsman over zijn vierde show: ‘Als je ervoor openstaat is het leven een constante stroom van ontdekkingen. Het mooiste is als je die ontdekkingen tot een geheel weet te smeden, een theorie, een idee, een inzicht. Dat gaat niet op bestelling, maar één ding werkt zeker: je ontdekkingen zo onder woorden brengen dat een publiek een dolle avond heeft vol humor en vondsten. Elke keer dat ik optreed kom ik gierend met nieuwe theorieën thuis.’

‘Je kunt ontdekkingen doen door goed te kijken. Dat lijkt makkelijk, maar zoals Sherlock Holmes zegt: “Het is de mens eigen alleen te zien wat hij verwacht te zien. Daarom zien we zelden wat we zien.”
Zo krijgen we een verkeerd beeld van wat we voor ons hebben. De truc is om proberen los te komen van wat je verwacht te zien. Al mijn voorstellingen gaan daarover, eigenlijk alles wat ik doe gaat daarover: op zoek gaan naar wat niet binnen de verwachting past; van dat wat je dénkt te zien.
Bij alles wat je ziet, is het goed je zelf voor te houden: ik zie dit niet, ik dénk dit te zien. Wat je denkt te zien is er wel, maar er is meer. Vervolgens ga je op zoek naar het verband ertussen. Wat zie je bij een brand? Rook en vuur. Van levensbelang om te weten wat het verband is tussen die twee. Er is altijd meer rook dan vuur. Indien je je blindstaart op de rook en met man en macht probeert die weg te zuigen, dan blus je de brand nooit. Dat lijkt een onnozel voorbeeld, maar dit is wat steeds terugkomt in het observeren. Welke hiërarchie breng ik aan, wat zijn hoofdzaken, wat zijn bijzaken, wat veroorzaakt wat? Dit is meer een kwestie van denken dan van kijken.’

‘En dan ben ik weer terug bij waar ik begon: alle grote ontdekkingen komen van kijken en denken buíten het verwachtingspatroon. Alle grote misvattingen komen van kijken en denken bínnen het verwachtingspatroon.
Totdat het gemeengoed werd dat epidemieën veroorzaakt worden door bacteriële besmetting, is tweeduizend jaar gedacht dat alle ziekten hetzelfde procedé volgden. Ziekten kwamen uit iets ongrijpbaars als de ‘atmosfeer’ en brachten bij wie er bevattelijk voor was de lichaamssappen uit balans. Diagnoses van artsen leken meer op een weerbericht dan op een analyse van symptomen. Maar bacteriën waren al in 1674 gezien door Antoni van Leeuwenhoek, een Nederlandse lakenhandelaar met een zelfgebouwde microscoop. Hij is het schoolvoorbeeld van een buitenstaander. Het duurde vervolgens nog 250 jaar voordat er een verband werd gelegd tussen Van Leeuwenhoeks ‘dierkens’ en bacteriële infecties. Waarom duurde dat zo lang? Welke argumenten werden gebruikt om het nieuwe inzicht te pareren? Welke duidelijke signalen dat de heersende opvattingen niet klopten, werden genegeerd? Hoe ga je om met observaties die je theorie niet onderschrijven?’

‘Al die vragen zijn te beantwoorden met één zin van zeven woorden die ooit uit de mond van Sherlock Holmes kwam: “Voor een grote geest is niets te klein”. Je kunt zo’n zinnetje loslaten op alles. Bij alles wat ik onderzoek en ontdek, is Holmes het grote voorbeeld. Sinds ik zijn verhalen heb gelezen, kan ik hem niet meer uit mijn hoofd krijgen. Zijn manier van analyseren is én spitsvondig én wetenschappelijk.’

‘En wat dacht je van deze: “Alleen wie op de uitkijk staat, krijgt het toeval in zijn schoot geworpen.” Is van Louis Pasteur, de eerste die iemand succesvol vaccineerde. En de gepasteuriseerde melk uitvond. Pasteur is er ook één die altijd met me oploopt.’

‘De show heet Dokter Aarsman omdat ik veel heb met de medische wereld. Vanwege mijn moeder die wilde dat ik chirurg werd, maar ook omdat er zoveel te ontdekken valt in het lichaam. Het stelt ons nog steeds voor raadsels. En het belang is groot, wie wil er niet lang en gezond leven?
Je kunt oefenen op simpelere, kleinere dingen. Zoals verfvlekken. Stel, je gaat naar een doe-het zelfwinkel. Je haalt vijf liter witte verf. Daar zit zo’n handig hengsel aan. Je bent met de fiets, je hangt de verf aan je stuur. Dat gaat een tijdje goed, tot je ergens een stoeprand pakt. Flatsch, daar ligt de vijf liter verf op het trottoir.’
Als je stil had gestaan toen de emmer viel, had je een perfect ronde vlek gekregen. Had je nog gefietst, dan zou de vlek ovaal zijn geworden. En: hoe harder je had gereden, hoe ovaler hij zou zijn geworden. Het ‘gedrag’ van de emmer met verf voordat hij op het trottoir komt en daarna, is terug te lezen in de vorm van de verfvlek op de stoep. En als je de emmer vervolgens opraapt, ontstaat weer een ander patroon. En er rijden fietsers doorheen die na jou komen. Zo is iedere verfvlek te lezen als een moord of een ziekte. Ik raak niet uitgekeken. Ik ben er heilig van overtuigd dat ik niet de enige ben.’

Dokter Aarsman is op 9 november 2019 te zien in Theater De Dillewijn in Ankeveen. Er zijn nog kaarten beschikbaar.